Buckels
Buckelskiën – dansen over de hobbels
Een buckelpiste ziet er soms behoorlijk indrukwekkend uit. Al die hobbels, kuilen en skiërs die er schijnbaar moeiteloos tussendoor bewegen. Maar buckelskiën is geen kwestie van zo snel mogelijk naar beneden stuiteren. Het draait om ritme, balans, techniek en vooral controle.
En het goede nieuws? Buckelskiën kun je leren!
Rustig beginnen
We beginnen natuurlijk niet meteen op de steilste piste met de diepste buckels. Eerst zoeken we eenvoudig terrein met kleine hobbels, waar je rustig kunt wennen aan de bewegingen.
In het begin ligt de nadruk vooral op het kiezen van de juiste lijn en het gecontroleerd maken van bochten. Naarmate je meer vertrouwen krijgt, voegen we nieuwe technieken toe en zoeken we geleidelijk wat meer uitdaging.
Je zult merken dat een buckelpiste met de juiste techniek ineens een stuk minder intimiderend wordt. En misschien zelfs verslavend leuk!
De techniek achter buckelskiën
Bij buckelskiën draait veel om het buigen en strekken van je benen. Door de hobbels met je benen op te vangen, blijft je bovenlichaam zo rustig en stabiel mogelijk.
Bij een rustig tempo kun je de bewegingen nog vrij ontspannen uitvoeren. Naarmate je sneller skiet of de buckels groter worden, moet je actiever bewegen.
Je trekt je benen in wanneer je over een buckel skiet en strekt ze weer uit in het dal tussen de buckels. Zo houd je zoveel mogelijk contact met de sneeuw en blijf je de ski’s controleren.
Ook je stokinzet speelt een belangrijke rol. Met een goed getimede stokinzet ondersteun je het ritme van je bochten en houd je je bovenlichaam stabiel.
Het klinkt misschien ingewikkeld, maar met een paar gerichte oefeningen en wat persoonlijke aanwijzingen valt het kwartje vaak verrassend snel.

De vijf belangrijkste onderdelen van buckelskiën
- Basistechniek: een goede houding, balans en gecontroleerde bochten.
- Buigen en strekken: de hobbels opvangen met je benen.
- Tempocontrole: zelf bepalen hoe snel je naar beneden gaat.
- Oriëntatie en lijnkeuze: vooruitkijken en de slimste route tussen de buckels kiezen.
- Variatie en ritme: je bochten aanpassen aan het terrein en de omstandigheden.

Zo bouwen we een buckelclinic op
Tijdens onze buckelclinic werken we stap voor stap aan de techniek. Afhankelijk van het niveau van de groep gebruiken we onder andere de volgende oefeningen:
- Korte bochten maken met verschillende ritmes op een gewone piste.
- Korte bochten skiën vanuit een iets diepere, actieve houding.
- Oefenen met het gecontroleerd buigen en strekken van de benen.
- Een eenvoudige buckelpiste schuin oversteken om het terrein te leren aanvoelen.
- Losse bochten maken over en tussen kleine buckels.
- Middellange bochten combineren met de juiste buig- en strekbeweging.
- Het ritme van de bochten aanpassen aan de opeenvolgende buckels.
- Afwisselen tussen korte en middellange bochten.
- Spelen met tempo, zonder de controle te verliezen.
- Verschillende bochtencombinaties oefenen, bijvoorbeeld vier korte bochten gevolgd door één langere.
We werken niet met een vast tempo dat iedereen moet volgen. De oefeningen worden aangepast aan jouw niveau en de omstandigheden op de piste.
En uiteindelijk?
Misschien ski je na een paar oefeningen al een hele buckelpiste naar beneden. Misschien ontdek je vooral dat je met wat extra techniek veel zekerder wordt op lastig terrein.
Allebei prima! Het belangrijkste is dat je plezier hebt, iets nieuws leert en met meer vertrouwen op je ski’s staat.
Want beter leren skiën is leuk. Maar samen beter leren skiën is nóg leuker!
